Stichting Nierdonoren, samen delen

"Ik gaf een nier aan mijn zus"

doorbraak in de donorweek?

Wordt de Donorweek de week van de grote doorbraak?

Al jaren worden we gedurende de Donorweek in oktober opgeroepen ons te laten registreren als orgaandonor. Gelukkig doen velen dat, maar het is bij lange na niet genoeg om de wachtlijsten van ernstig zieke long-, hart- en nierpatiënten weg te werken.

Nierpatiënten zijn niet van donorregistratie afhankelijk

Nu hoeven nierpatiënten niet van donorregistratie afhankelijk te zijn. Een gezond mens kan vrijwel altijd zonder bezwaar een nier afstaan en met één gezonde nier verder leven. Wij, van de Stichting Nierdonatie-bij-Leven en met ons vele anderen, hebben een nier afgestaan. Met volle overtuiging en zonder voorwaarden.

Door tijdens de Donorweek de aandacht op de mogelijkheid van levende nierdonatie te richten kunnen we voor de nierpatiënten een doorbraak realiseren. Wij pleiten daar al jaren voor en merken dat we steeds meer medestanders krijgen. Maar aandacht voor deze mogelijkheid is niet genoeg. Ook aandacht en waardering voor de levende donor is nodig.


Orgaanhandel

De mogelijkheid om bij leven een nier af te staan leidt tot orgaanhandel, óók in Nederland waar naar schatting 10% van de getransplanteerden een nier in het buitenland heeft gekregen. Al dan niet illegaal. Dit is een rechtstreeks gevolg van het tekort aan donornieren! Wij zijn fel tegen orgaanhandel en gelukkig is het in ons land bij wet verboden. Maar de wet schiet door en staat slechts het vergoeden van direct met de transplantatie verband houdende kosten toe. Wij bepleiten al jaren een zekere tegemoetkoming aan levende nierdonoren als een maatschappelijke waardering voor het beschikbaar stellen van hun nier. Het vaak gehoorde tegenargument, dat dit orgaanhandel in de hand werkt, slaat nergens op.

De maatschappelijke bijdrage van levende nierdonoren is aanzienlijk en geeft nierpatiënten weer een kans op een normaal leven. Daar gaat het ons om. Daarnaast levert elke niertransplantatie een grote besparing van zorgkosten op die kan oplopen tot € 75000 per jaar.

 

 

De stelling dat levende donoren hun nier maar ‘om niet’ ter beschikking moeten stellen is niet meer van deze tijd en niet langer te rechtvaardigen. Van diverse kanten, ook van medische zijde, wordt daarom gepleit voor een redelijke tegemoetkoming aan de levende nierdonoren. Bijvoorbeeld een bijdrage in de premies voor de ziektekostenverzekering en/of een vergoeding van het jaarlijkse eigen risico.

Ons standpunt

De behoefte aan orgaandonoren groeit nog elk jaar. Donorregistratie is en blijft dan ook noodzakelijk maar kan helaas bij lange na niet aan de behoefte voldoen. Voor nierpatiënten is er een goed alternatief: levende nierdonatie. Wij vinden het noodzakelijk dat hieraan méér aandacht wordt gegeven, óók tijdens de jaarlijkse Donorweek.


Vooral levende donatie redt nierpatiŽnt in Nederland

Met het debat in de Eerste Kamer over de donorwet in het vooruitzicht, geeft de redactie van Niernieuws ons een update uit de statistieken van Eurotransplant. De cijfers tot en met december 2017 staan online, voor iedereen in te zien. Om er een aantal uit te lichten:

De actieve wachtlijst voor nieren bedroeg in Nederland per eind december 2017, 650 patiënten. In België waren dat er 793. Daarnaast zijn er altijd mensen die wachten op een gecombineerde transplantatie van twee of meer organen. Opvallend is het hoge aantal patiënten in België dat wacht op een nier in combinatie met een lever. In Nederland was er van 2008 tot 2015 een daling te zien in het aantal patiënten dat eind december op de actieve wachtlijst stond, en is nu sprake van een stijging. In België is geen duidelijk tendens waar te nemen. 

Binnen heel Eurotransplant wachten 14.773 mensen op een orgaan, van wie 10.663 op alleen een nier. Van deze patiënten wonen er 1.292 in België en 1.114 in Nederland. Het aantal nierpatiënten dat niet voor het eerst op de wachtlijst staat verschilt niet tussen België en Nederland. Wat wel verschilt is het aantal van hen dat hoog geïmmuniseerd is: in België zijn dat er zeven keer zo veel.

 

Omdat gedoneerde organen binnen heel Eurotransplant toegedeeld kunnen worden, afhankelijk van de beste match, hoeft het aantal voor transplantatie afgestane organen per land niet gelijk te zijn aan het aantal verrichte transplantaties. In Nederland leverden 227 overleden nierdonoren samen 422 nieren in 2017, België kende 260 nierdonoren die samen 487 nieren afstonden. Dat betekent dat van de meeste donoren beide nieren bruikbaar zijn. Duitsland is koploper met 700 mensen die na overlijden een nier afstonden. Maar vergeleken met het aantal patiënten op de wachtlijst en het aantal inwoners bungelt ons buurland juist onderaan. België is daarentegen koploper waar het gaat om overleden donoren per miljoen inwoners.

In Nederland zijn 402 niertransplantaties verricht met nieren van overleden donoren, in België 456. Wat in Nederland nog steeds heel anders is dan in de rest van Eurotransplant, is het aantal transplantaties met nieren van levende donoren. Nederland is het enige land waar dat aantal hoger ligt dan het aantal postmortale niertransplantaties. Hoewel het in andere landen ook gebeurt, vindt 43% van alle niertransplantaties binnen Eurotransplant met een levende donor dan ook in Nederland plaats.

sterrenGepubliceerd: donderdag 11-01-2018
Bron: Eurotransplant